Reglement

IJszeilregelement van de Stichting IJsschuiten Gouwzee

 

1.         Het bestuur van de Stichting IJsschuiten Gouwzee ziet toe op naleving van het

            regelement. IJszeilers die met de ijsschuiten van de stichting zeilen, conformeren

            zich aan dit regelement.

2.         Door het bestuur van de stichting wordt een “ijsmeester” aangesteld.

            De ijsmeester is bevoegd om aan te geven wanneer de ijsschuiten op het ijs gezet

            kunnen  worden en geeft aan waar / kan worden gezeild met de ijsschuiten van

            de stichting.

3.                  Bij onverantwoord gedrag van de ijszeiler met een ijsschuit van de stichting, is de

ijsmeester bevoegd de zeiler hierop aan te spreken en bij herhaling de zeiler uit de ijsschuit te verwijderen.

4.         De voorrangregels op het ijs zijn hetzelfde als op het water.

            Het is dan ook van groot belang dat de ijszeiler van de stichting deze regels eigen weet

            te maken, alvorens in een ijsschuit te gaan zeilen.

5.         Wanneer de winter in valt zal in overleg met de ijsmeester worden bepaald wanneer

            de ijsschuiten het ijs op kunnen en waar gezeild kan worden.

            Voorwaarde is dat het ijs minimaal een dikte van 10 cm moeten hebben.

6.         Tijdens het ijszeilen met ijsschuiten van de stichting blijven de zeilers zelf verant-

            woordelijk voor het te zeilen traject.

            De ijszeilers dienen dan ook zich terdege bewust te zijn van de dikte van het ijs over

            het te zeilen traject.

7.         Door de Stichting IJsschuiten Gouwzee is een WA-verzekering afgesloten voor de ijsschuiten. Wanneer schade aan de ijsschuit

            ontstaat door het negeren van de instructies en of het niet nakomen van het regelement, dan is deze schade geheel voor eigen risico.

            Dit geldt ook bij vermissing van de uitrusting / materialen.

8.         Door de ijsmeester wordt aangegeven indien er één of meerdere reven in de zeilen

            dient te worden gelegd.

            Bij windkracht 4 of meer dient er gereefd te worden, mede ook afhankelijk van de

            ijs kwaliteit.

9.         Uit de ploeg vrijwilligers van de Stichting IJsschuiten Gouwzee worden ijszeilers

            aangewezen voor op een bepaalde ijsschuit. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening

            gehouden met vrijwilligers die het onderhoud etc aan de ijsschuiten verrichten

10.       Het bestuur van de stichting behoud zich het recht om ook andere personen als ijs -

            zeilers aan te kunnen aanwijzen.

11.       Nieuwe / onervaren ijszeilers worden door ervaren ijszeilers van de stichting zo

            goed mogelijk geïnstrueerd door met deze ervaren ijszeilers mee te zeilen.

            Onervaren ijszeilers mogen alleen ijszeilen tot windkracht 3

12.       De aangewezen / verantwoordelijke ijszeiler van een ijsschuit is verantwoordelijk

            voor het gebruik van de ijsschuit, zoals het opbouwen, afbreken en opslaan van de

            ijsschuit, het op – en aftuigen van de zeilen en de ijsschuit op houten latten plaatsen.

13.       De zeilen dienen tijdens de zeilperiode op geslagen te worden in de zeilzakken.

            De zeiler is verantwoordelijk dat de zeilen goed opgeborgen worden en of mee naar

            huis worden genomen. Nat geworden zeilen moet worden gedroogd door uithangen.

14.       De helmstok dient altijd op het einde van een zeildag mee genomen te worden.

15.       Tijdens mist wordt er niet gezeild.

            Inden de mist invalt tijdens het ijszeilen, dan dient onmiddellijk naar de dijk te worden

            gezeild of geduwd en vanaf daar naar de thuishaven

16.       Tijdens dooi wordt er alleen gezeild op aanwijzing van de ijsmeester

17.       Het meezeilen van passagiers gebeurd geheel voor eigen risico van de passagier.

            Dit dient door de ijszeiler duidelijk kenbaar gemaakt te worden.

18.       De haven / lange brug mag alleen worden aangedaan op aanwijzing van de ijsmeester

            en indien de wind gunstig is.

            Bij schaatstoertochten vanuit de haven, wordt de haven niet aangezeild.

19.       Het overzeilen van de schaatsbaan dient tot een minimum te worden beperkt.

            Indien de schaatsbaan moet worden gekruist, dan moet de ijszeiler dit duidelijk

            kenbaar maken aan de schaatser[s]. Een schaatser heeft altijd voorrang en moet ook

            altijd worden ontweken.

20.       Bij het tot stilstaan brengen van de ijsschuit, dient de ijszeiler er rekening mee te

            houden dit niet te dicht bij andere ijsschuiten te doen, om mogelijke schade aan

            schuiten te voorkomen.

21.       Het ijszeilen onder invloed van alcoholische dranken is absoluut niet toegestaan

22.       Tijdens het ijzeilen dient de ijszeiler zicht altijd goed bewust te zijn van de situatie

            om zich heen. Bij het “overstag” gaan dient de zeiler dit kenbaar te maken aan de

            ijszeilers die zich in de buurt bevinden.

23.       Bijdragen van passagiers voor het meezeilen in een ijsschuit van de stichting, komen

            toe aan de Stichting IJsschuiten Gouwzee

24.       De Stichting IJsschuiten Gouwzee kan niet aansprakelijk worden gesteld voor kosten

            en/of schade in welke vorm dan ook.

25.       Het is raadzaam om tijdens het ijszeilen altijd een mobiele telefoon mee te hebben

            in geval van problemen of kamiliteiten.

            IJsprikkers zijn verplicht om bij zich te hebben.

 

Het bestuur van de Stichting IJsschuiten Gouwzee,

 

Datum:  7 december 2010